Als ik naar de klanten van Studio Roadwork kijk, waar we heel prettig en vaak ook langdurig mee samenwerken, valt me iets op: er zitten opvallend veel familiebedrijven tussen. Dat kan toeval zijn, maar ik denk het eigenlijk niet.
Een familiebedrijf bevat vaak iets wat mij aanspreekt. Iets zachts ofzo. En ja, natuurlijk moet er geld verdiend worden en moet onderaan de streep het sommetje kloppen. Maar er lijkt nét iets vaker ruimte te zijn voor de relatie eromheen, vertrouwen in elkaar te hebben en elkaar iets gunnen.
Familiebedrijven zijn vaak loyaal aan hun leveranciers. Als het goed gaat, hoef je niet bij iedere nieuwe opdracht opnieuw ‘auditie’ te doen. Natuurlijk moet je blijven presteren, maar je bouwt samen iets op. Ze weten wat ze aan jou hebben en andersom. Je leert het bedrijf kennen, de mensen erachter en soms zelfs de volgende generatie die langzaam aanschuift.
Dat werkt voor ons als videomakers ook ontzettend prettig. Hoe beter wij een organisatie kennen, hoe beter we de verhalen kunnen vertellen. Je weet waar de gevoeligheden liggen, wie je vooral wél voor de camera moet zetten en wie misschien toch maar niet. Maar dat geldt natuurlijk overal zo.
Wat ik ook prettig vind, zijn de normen en waarden die je vaak terugziet. Afspraak is afspraak. En vooral ook een beetje normaal met elkaar omgaan. En net zoals ik in mijn vorige column al zei: het is ook vaak dat je daardoor een langdurige relatie met elkaar aan gaat.
Misschien past het ook gewoon bij hoe ik zelf graag onderneem. Studio Roadwork is dan geen familiebedrijf, maar ik vind een persoonlijke relatie wel belangrijk. Ik werk liever mét een klant dan vóór een klant. Samen iets moois maken en elkaar ook na vijf of tien jaar nog weten te vinden, en ook nog weten te verrassen natuurlijk.
Dus, als ik bij een kennismaking merk dat de organisatie een familiebedrijf is, dan heb je bij mij stiekem al een klein streepje voor.